Doorgewinterd in een vak dat fundamenteel veranderde

Er zijn professionals die een vak uitoefenen, en er zijn professionals die een vakgebied over decennia zien transformeren. Erik Matser behoort zonder twijfel tot die laatste categorie. Al 35 jaar werkt hij fulltime als klinisch neuropsycholoog — een periode waarin zowel de wetenschap, de samenleving als de mens zelf ingrijpend veranderden.

Hij begon zijn loopbaan in een tijd zonder computers op de werkkamer, met typemachines op het bureau en beperkte mogelijkheden tot beeldvorming van het brein. CT-scans golden destijds als vooruitstrevend. Inmiddels beschikken neurologen en neuropsychologen over technologieën die in ongekende precisie hersenstructuren en functies zichtbaar maken. De vooruitgang in de neurologische diagnostiek is indrukwekkend geweest.

Maar juist terwijl de medische wetenschap steeds scherper leerde kijken naar het brein, ontstond er volgens Matser ook een nieuwe blinde vlek: datgene wat zich niet eenvoudig laat vangen in beelden, scans en protocollen. Energetische uitputting, emotionele ontregeling, overprikkeling en perfectionisme blijken minstens zo bepalend voor gezondheid en functioneren — maar zijn moeilijk objectiveerbaar binnen de klassieke medische kaders.

De paradox van vooruitgang

De moderne neurologie kan tegenwoordig afwijkingen zichtbaar maken die veertig jaar geleden ondenkbaar waren. Toch ziet Matser in de spreekkamer een groeiende groep mensen met klachten die zich niet laten reduceren tot een scan of biomarker.

De hedendaagse samenleving produceert een constante stroom van prikkels. Jongeren groeien op in een digitale omgeving waarin vergelijking permanent aanwezig is. Sociale media confronteren hen dagelijks met beelden van succes, perfectie, schoonheid, prestaties en sociale bevestiging. Het brein krijgt nauwelijks nog rust.

Zelfs in de sportschool is stilte verdwenen. Tussen oefeningen door grijpen mensen automatisch naar hun telefoon. Het vermogen om simpelweg aanwezig te zijn in het moment lijkt steeds verder af te nemen.

Volgens Matser vormt deze voortdurende overprikkeling een van de grootste maatschappelijke experimenten ooit uitgevoerd op het menselijk brein.

“Ik denk dat we momenteel deelnemen aan het grootste breinexperiment ooit: de invloed van de digitale storm op de menselijke geest.”

De explosie van perfectionisme

Parallel aan die digitale ontwikkeling ziet Matser een sterke toename van perfectionisme onder jongeren. Waar perfectionistische trekken in de jaren tachtig relatief beperkt voorkwamen, lijkt perfectionisme inmiddels bijna genormaliseerd.

De cijfers zijn confronterend. Waar vroeger ongeveer één op de dertig jongeren uitgesproken perfectionistisch was, wordt tegenwoordig gesproken over ongeveer één op de drie.

Die ontwikkeling heeft verstrekkende gevolgen. Perfectionisme is immers niet simpelweg “de lat hoog leggen”. In de klinische praktijk gaat het vaak gepaard met chronische spanning, faalangst, emotionele uitputting, slaapproblemen, identiteitsproblematiek en een voortdurend gevoel tekort te schieten.

De combinatie van digitale vergelijking en perfectionisme creëert volgens Matser een structurele overbelasting van cognitieve en emotionele systemen. Jongeren staan continu “aan”. Het zenuwstelsel krijgt onvoldoende herstelmomenten.

Een zorgsysteem dat de kern mist

Wat Matser zorgen baart, is dat deze maatschappelijke factoren in de reguliere zorg nog onvoldoende aandacht krijgen. De nadruk ligt vaak op symptoombestrijding, classificaties en zorgconsumptie, terwijl fundamentele oorzaken onderbelicht blijven.

In spreekkamers wordt uitvoerig gesproken over klachten, diagnoses en behandelprotocollen, maar smartphones, overprikkeling en perfectionisme blijven opvallend vaak buiten beeld.

Dat is volgens hem een fundamenteel probleem.

Want zolang de samenleving voortdurend mentale overbelasting produceert, blijft de instroom in de zorg toenemen. De zorg probeert dan de gevolgen op te vangen van een leefomgeving die zelf ziekmakende kenmerken bevat.

De vraag dringt zich op of behandelbeleid zonder maatschappelijke correctie nog wel voldoende effect kan hebben.

Van neuropsycholoog naar moderne zenuwarts

Ook het vak van de klinisch neuropsycholoog zelf veranderde ingrijpend.

Waar de focus vroeger vooral lag op cognitieve functiestoornissen en emotionele gevolgen van hersenletsel, is het werkveld veel breder geworden. De moderne neuropsycholoog bevindt zich steeds vaker op het terrein van stressgerelateerde problematiek, burn-out, emotionele ontregeling en complexe psychosociale vraagstukken.

Volgens Matser schuift het vak daarmee deels op richting de klassieke rol van de “zenuwarts”: een professional die niet alleen kijkt naar hersenen of gedrag, maar naar de mens als geheel binnen zijn context.

Dat vraagt om een brede blik — en juist daarin schuilt volgens hem zowel de kracht als de belasting van ervaren professionals.

De last van ervaring

Met tientallen jaren ervaring ontwikkelt een professional een diepere gevoeligheid voor patronen, maatschappelijke ontwikkelingen en menselijke problematiek. Die brede contextuele blik kan de kwaliteit van diagnostiek sterk verbeteren. Men ziet sneller wat er werkelijk speelt achter symptomen.

Maar er is ook een keerzijde.

Wie de diepte ziet van menselijke worsteling, maatschappelijke ontregeling en systeemdruk, draagt daar emotioneel ook iets van mee. De ervaren professional kijkt niet alleen naar individuele klachten, maar ziet tevens de bredere culturele en maatschappelijke dynamiek die eraan ten grondslag ligt.

Dat kan zwaar zijn.

Tegelijkertijd vormt juist die integrale blik een waardevolle tegenhanger van een zorgsysteem dat steeds verder gespecialiseerd, versnipperd en protocolgestuurd raakt.

Een samenleving zonder rust

Een van de grootste veranderingen die Matser gedurende zijn carrière zag, is het verdwijnen van rust.

In de jaren tachtig was er meer geduld. Mensen wachtten op uitslagen, accepteerden onzekerheid en leefden in een lager tempo. Tegenwoordig overheerst snelheid. Alles moet direct beschikbaar zijn: informatie, antwoorden, behandeling, herstel.

Die maatschappelijke versnelling heeft invloed op het zenuwstelsel van mensen. Het brein krijgt nauwelijks gelegenheid tot herstel of verwerking. Chronische mentale activatie wordt steeds normaler gevonden.

Daarmee verschuift ook de grens tussen gezondheid en overbelasting.

Naar een nieuwe visie op mentale gezondheid

Volgens Matser vraagt de huidige situatie om een fundamenteel andere benadering van mentale gezondheid. Niet uitsluitend meer symptoomgericht, maar gericht op het verminderen van structurele overprikkeling en prestatiedruk.

Dat betekent dat ook scholen, ouders, beleidsmakers en maatschappelijke instituties verantwoordelijkheid moeten nemen. Mentale gezondheid kan niet uitsluitend worden “gerepareerd” binnen de muren van de GGZ wanneer de samenleving zelf voortdurend mentale ontregeling voedt.

Meer aandacht voor rust, herstel, begrenzing van digitale belasting en het verminderen van perfectionistische druk lijken essentieel om de groeiende gezondheidsproblematiek werkelijk te keren.

Een reis van typemachine naar AI

De loopbaan van Erik Matser overspant misschien wel de meest turbulente periode uit de geschiedenis van de neuropsychologie. Van werken zonder computer tot een tijdperk waarin kunstmatige intelligentie zijn intrede doet in de zorg.

Maar ondanks alle technologische vooruitgang blijft volgens hem één inzicht overeind staan: de menselijke geest laat zich niet volledig begrijpen via scans, data of protocollen alleen.

Achter iedere klacht zit een mens. En achter die mens bevindt zich een samenleving die steeds meer vraagt van het brein.

Juist daarin ligt mogelijk de belangrijkste opdracht voor de komende decennia van de neuropsychologie.

Met vriendelijke groet,

Dr. Erik Matser, klinisch neuropsycholoog