Onderstaande is een lezing voor tieners en jongvolwassenen die ontstaan is vanuit de TV uitzending van Vrijdag met Anne Marie bij Omroep Brabant. Veel jongeren hebben blijkbaar geen goed idee wat de effecten zijn van smartphones en digitale media op hun brein. Onderstaand de uitleg.

Kunt u zichzelf kort voorstellen en uitleggen wat u doet als neuropsycholoog?

Mijn naam is Erik Matser. Ik ben gepromoveerd in de klinische neuropsychologie en daarnaast ook geregistreerd als klinisch neuropsycholoog. In mijn werk richt ik mij op het begrijpen en behandelen van de relatie tussen hersenen en gedrag. Dat betekent dat ik mensen help bij klachten die voortkomen uit hersenletsel, neurologische aandoeningen of psychische problemen die samenhangen met hersenfuncties. Dit kan bijvoorbeeld gaan om concentratieproblemen, geheugenstoornissen, stemmingswisselingen of cognitieve achteruitgang. Ik stel diagnoses, doe neuropsychologisch onderzoek, en begeleid patiënten in hun herstel of omgang met hun klachten. Daarnaast ben ik betrokken bij wetenschappelijk onderzoek, ben ik auteur van boeken en draag ik bij aan het verbeteren van diagnostiek en behandeling binnen mijn vakgebied.

Wat is FOMO precies, vanuit psychologisch of neurologisch oogpunt?

FOMO staat voor Fear of Missing Out, ofwel de angst om iets te missen. Psychologisch gezien is het een vorm van sociale angst waarbij iemand zich zorgen maakt dat anderen plezier beleven of ervaringen opdoen zonder hen. Het kan leiden tot onrust, stress, keuzestress en een constante behoefte om verbonden te blijven met sociale media of activiteiten.

Vanuit neurologisch oogpunt speelt de beloningscircuits van de hersenen hierin een belangrijke rol. Met name de dopaminerge systemen, zoals de nucleus accumbens, worden geactiveerd bij verwachtingen van beloning of sociale bevestiging. Bij FOMO zien we een verhoogde gevoeligheid voor sociale prikkels — bijvoorbeeld meldingen op een telefoon — wat leidt tot herhaaldelijk checken, vergelijken en uiteindelijk mentale vermoeidheid of zelfs verslaving.

Daarnaast is de prefrontale cortex, die verantwoordelijk is voor zelfregulatie en beslissingen, minder actief op het moment dat iemand sterk reageert op impulsen of verleidingen uit de omgeving. Dit verklaart waarom mensen met FOMO vaak moeite hebben om zich los te maken van digitale media, ook al weten ze rationeel dat het hen geen rust geeft.

FOMO is dus niet alleen een cultureel of sociaal verschijnsel, maar heeft ook duidelijke neuropsychologische wortels in hoe ons brein werkt.

Wat gebeurt er in onze hersenen als we het gevoel hebben dat we iets missen?

Wanneer we het gevoel hebben dat we iets missen — bijvoorbeeld een sociale gebeurtenis, een kans of een ervaring — wordt in onze hersenen een combinatie van emotionele en cognitieve systemen geactiveerd.

Beloningssysteem (dopamine):
De verwachting van een leuke of waardevolle ervaring activeert het dopaminesysteem, met name in de nucleus accumbens. Dit systeem stuurt ons verlangen aan: we willen erbij zijn, we willen het meemaken. Als dat niet lukt, voelen we teleurstelling of frustratie — vergelijkbaar met het missen van een “beloning” waar we op rekenden.

Sociale pijn (anterior cingulate cortex & insula):
Neurologisch gezien lijkt het gevoel van buitengesloten worden sterk op fysieke pijn. Hersengebieden zoals de anterior cingulate cortex en de insulaworden actief bij sociale uitsluiting of gemis. Dat verklaart waarom het gemis soms écht pijnlijk aanvoelt, zelfs als het om iets kleins gaat.

Zelfreflectie en vergelijking (mediale prefrontale cortex):
We gaan onszelf vaak vergelijken met anderen (“zij zijn daar, ik niet”) — een proces waarbij de mediale prefrontale cortex betrokken is. Dit kan leiden tot gevoelens van onzekerheid, zelfkritiek of jaloezie.

Stressrespons (amygdala & HPA-as):
Bij sommige mensen roept FOMO stress op. De amygdala (ons ‘alarmcentrum’) kan dan actief worden, wat de stress-as (de HPA-as) in gang zet. Hierdoor stijgt het stresshormoon cortisol, wat onrust en spanning kan veroorzaken.

Kortom: het gevoel iets te missen is niet zomaar een gedachte — het activeert een reeks hersengebieden die te maken hebben met beloning, sociale verbondenheid, vergelijking en stress. Daarom kan FOMO ook zo intens en zelfs uitputtend aanvoelen.

In hoeverre speelt sociale media een rol bij het versterken van FOMO?

Sociale media spelen een zeer grote rol in het versterken van FOMO. Platforms als Instagram, TikTok, Facebook en Snapchat zijn zo ontworpen dat ze voortdurend sociale prikkels aanbieden: foto’s van feestjes, vakanties, succesverhalen en hoogtepunten uit het leven van anderen. Dit leidt tot constante blootstelling aan wat anderen meemaken — en dus ook aan wat jij mogelijk mist.

Vanuit psychologisch en neuropsychologisch perspectief gebeurt er het volgende:

Vergelijkingsdrang:
Sociale media versterken onze neiging tot sociale vergelijking. Mensen vergelijken zichzelf voortdurend met anderen die ogenschijnlijk een leuker, succesvoller of interessanter leven leiden. Dit kan gevoelens van onzekerheid, jaloezie en gemis aanwakkeren.

Dopamine en verslaving:
Social media zijn ontworpen om het beloningssysteem in de hersenen te activeren. Elke like, reactie of nieuwe post geeft een kleine ‘dopamineboost’, waardoor gebruikers blijven scrollen in de hoop op meer beloning. Dit versterkt de cyclus van FOMO: je blijft checken om niets te missen en voelt je slecht als je iets niét hebt gezien of meegemaakt.

Cognitieve vervorming:
Wat mensen op sociale media posten is meestal een sterk gefilterde weergave van de werkelijkheid: alleen de leuke momenten worden gedeeld. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld, dat bij anderen de indruk wekt dat zij achterlopen of buitengesloten zijn. Dat versterkt het gevoel van gemis, ook al is dat vaak gebaseerd op een onvolledig beeld.

Continuïteit en bereikbaarheid:
Omdat sociale media 24/7 beschikbaar zijn, wordt het moeilijk om “uit te schakelen”. De angst om iets te missen houdt dus niet op aan het eind van de dag; het is constant aanwezig, met meldingen, stories die verlopen, en nieuwe content die voortdurend verschijnt.

Kortom, sociale media versterken FOMO doordat ze constant sociale prikkels aanbieden, de sociale vergelijking aanjagen en ons beloningssysteem activeren. Dit leidt bij veel mensen — vooral jongeren — tot stress, verminderde concentratie, slaapproblemen en gevoelens van onrust of onzekerheid.

Wat voor invloed kan FOMO hebben op het welzijn van jongeren?

FOMO kan een aanzienlijke negatieve invloed hebben op het welzijn van jongeren. Zij bevinden zich in een levensfase waarin sociale verbondenheid en erbij horen essentieel zijn voor hun identiteitsontwikkeling. Wanneer ze het gevoel hebben dat ze buitengesloten worden of iets missen, kan dit leiden tot verschillende psychologische en lichamelijke klachten.

Enkele belangrijke effecten:

Stress en angstklachten:
De voortdurende druk om niets te missen – van feestjes tot sociale media-updates – kan leiden tot chronische stress en angst. Jongeren voelen zich rusteloos en gespannen, uit angst dat ze niet “mee” zijn of achterblijven.

Slaapproblemen:
Veel jongeren checken hun telefoon tot laat in de avond of zelfs ’s nachts, uit angst iets te missen. Dit verstoort het slaapritme en vermindert de slaapkwaliteit, wat weer invloed heeft op hun concentratie, stemming en schoolprestaties.

Concentratie- en motivatieproblemen:
FOMO kan leiden tot constante afleiding en moeite om de aandacht erbij te houden, bijvoorbeeld tijdens het studeren of op school. De drang om sociale media te checken vermindert de productiviteit en maakt het lastiger om taken af te maken.

Onzekerheid en laag zelfbeeld:
Doordat jongeren zichzelf voortdurend vergelijken met de ogenschijnlijke “perfecte levens” van anderen op sociale media, kunnen ze het gevoel krijgen dat ze tekortschieten. Dit kan hun zelfvertrouwen ondermijnen en gevoelens van minderwaardigheid oproepen.

Sociale druk en uitputting:
Jongeren kunnen zich gedwongen voelen om overal aan mee te doen, uit angst om iets te missen of buiten de groep te vallen. Dit kan leiden tot overvolle agenda’s, gebrek aan rust en zelfs emotionele uitputting.

Samengevat: FOMO ondermijnt het mentaal welzijn van jongeren door stress, onzekerheid en sociale druk te vergroten. Het belemmert gezonde zelfontwikkeling, slaap en concentratie, en kan uiteindelijk bijdragen aan burn-outklachten of depressieve gevoelens als het niet wordt herkend en aangepakt.

 

Hoe kun je bij jezelf herkennen dat je veel last hebt van FOMO?

FOMO sluipt er vaak langzaam in, maar er zijn duidelijke signalen waaraan je kunt merken dat je er veel last van hebt. Hieronder staan de belangrijkste kenmerken:

Psychologische signalen:

  • Onrust of stress als je je telefoon niet bij de hand hebt of niet kunt checken wat anderen doen.
  • Constant het gevoel dat je iets mist, zelfs als je zelf iets leuks of belangrijks aan het doen bent.
  • Moeite met kiezen, omdat je bang bent dat je met de verkeerde optie iets anders misloopt.
  • Jezelf vaak vergelijken met anderen, en je daarbij minder succesvol, minder leuk of minder sociaal voelen.
  • Snel jaloers zijn op wat anderen posten of doen.

Gedragsmatige signalen:

  • Continu je sociale media checken, vaak zonder duidelijke reden.
  • Moeite met offline zijn of het uitschakelen van meldingen.
  • Altijd ‘ja’ zeggen tegen sociale activiteiten, zelfs als je eigenlijk moe bent of geen zin hebt.
  • Slechte concentratie, doordat je steeds afgeleid bent door de gedachte dat er iets beters gebeurt ergens anders.
  • Slaapproblemen, bijvoorbeeld omdat je laat opblijft om alles bij te houden of bang bent om iets te missen.

Emotionele signalen:

  • Gevoel van leegte als je niet uitgenodigd bent of ergens niet bij was.
  • Somberheid of onzekerheid na het scrollen door sociale media.
  • Drang om jezelf ook te laten zien, om “mee te doen” of om waardering te krijgen.

Herken je meerdere van deze signalen bij jezelf? Dan is de kans groot dat FOMO een rol speelt in je leven. Het is dan zinvol om stil te staan bij je gebruik van sociale media en de invloed daarvan op je stemming, energie en zelfbeeld.

 

Wat kunt u jongeren aanraden om beter om te gaan met FOMO of sociale druk online?

FOMO en sociale druk via sociale media kunnen een flinke impact hebben op het welzijn van jongeren. Gelukkig zijn er verschillende strategieën die kunnen helpen om hier gezonder mee om te gaan. Hier zijn mijn belangrijkste tips:

Word je bewust van je gedrag

Sta regelmatig stil bij hoe vaak je je telefoon gebruikt en waarom. Scroll je uit gewoonte, verveling of angst om iets te missen? Alleen al bewustwording kan helpen om patronen te doorbreken. Beperk je schermtijd op bewuste momenten Stel grenzen in: bijvoorbeeld geen telefoon tijdens het studeren, aan tafel of een uur voor het slapen. Zet meldingen uit of gebruik apps die je helpen je gebruik te monitoren. Onthoud: wat je ziet is niet het hele verhaal. Op sociale media zie je vooral de hoogtepunten van het leven van anderen — niet hun onzekerheden, eenzaamheid of mislukkingen. Vergelijk jezelf dus niet met dat gefilterde beeld. Investeer in échte verbinding. Zoek bewust momenten op om offline met vrienden te zijn. Échte gesprekken, zonder afleiding van telefoons, geven meer voldoening en verminderen de sociale druk. Doe aan ‘digitale detox’. Neem af en toe bewust afstand van sociale media, al is het maar voor een dag(deel). Dit geeft rust in je hoofd en helpt om weer focus te vinden op wat jij belangrijk vindt. Bedenk: je hoeft niet overal bij te zijn. Het is oké om af en toe iets te missen. Niemand kan alles meemaken, en rust nemen is juist gezond. Leer “nee” zeggen zonder schuldgevoel. Vergroot je zelfvertrouwen buiten sociale media. Ontwikkel interesses, hobby’s en talenten die losstaan van hoe je online overkomt. Dit versterkt je eigenwaarde en maakt je minder afhankelijk van likes of goedkeuring van anderen.

Tot slot: FOMO is normaal — iedereen ervaart het wel eens. Maar als het je dagelijks leven beïnvloedt, is het belangrijk om daar bewust iets aan te doen. Jij bepaalt uiteindelijk waar je je aandacht op richt en wat voor jou waardevol is.

 

Denkt u dat FOMO iets is van deze tijd, of dat het altijd al in mensen heeft gezeten?

 

FOMO is in de kern geen nieuw fenomeen — het is een menselijke emotie die waarschijnlijk altijd al heeft bestaan. De behoefte om erbij te horen, niets te missen en deel uit te maken van de groep is diep geworteld in onze evolutie. In vroegere samenlevingen was sociale verbondenheid zelfs cruciaal voor overleving. Wie werd buitengesloten, liep letterlijk meer gevaar. Vanuit die evolutionaire achtergrond is het logisch dat mensen gevoelig zijn voor sociale uitsluiting of gemis.

Wat wel van deze tijd is, is de schaal en intensiteit waarmee FOMO voorkomt. Door sociale media worden we 24/7 geconfronteerd met wat anderen doen, meemaken of bereiken. Waar je vroeger misschien hoorde wat je gemist had op school of op een feestje, zie je dat nu direct — met foto’s, video’s en likes erbij. Dat versterkt het gevoel van buitengesloten zijn enorm.

Bovendien zijn sociale media zo ontworpen dat ze voortdurend inspelen op ons beloningssysteem: notificaties, algoritmes en eindeloze content houden onze aandacht vast en voeden onze angst om iets te missen.

Kortom:
FOMO zit van nature in de mens, maar de manier waarop het zich uit en de mate waarin het ons beïnvloedt, is sterk toegenomen door de technologie en sociale media van deze tijd. Wat ooit een nuttig sociaal signaal was, kan nu — als we er niet bewust mee omgaan — leiden tot chronische onrust, stress en zelftwijfel.

Met vriendelijke groet,

Dr. Erik Matser, klinisch neuropsycholoog