Veel mensen gebruiken hun brein alsof het een soort angstmachine is. Het draait voortdurend op volle toeren met vragen als: Wat als het misgaat? Wat als anderen mij raar vinden? Wat als ik iets verkeerd zeg?

Ons hoofd produceert dan eindeloos scenario’s over wat anderen mogelijk van ons denken. Voor je het weet ben je meer bezig met de gedachten van anderen dan met je eigen mening. Het gevolg is dat je steeds voorzichtiger wordt, meer gaat piekeren en minder vrij handelt.

Maar er is een andere manier om naar je brein te kijken.

Je brein als gereedschapskist

Je kunt je hersenen ook zien als een gereedschapskist. Een verzameling hulpmiddelen die je kunt gebruiken om situaties te begrijpen, keuzes te maken en problemen op te lossen.

In een gereedschapskist zitten bijvoorbeeld:

  • reflectie
  • analyse
  • probleemoplossend vermogen
  • creativiteit
  • relativering

Deze vaardigheden helpen je om situaties helder te bekijken en vervolgens te bepalen wat voor jou belangrijk is.

Het verschil zit dus niet in hoe slim je bent, maar in waar je je denkvermogen voor gebruikt.

De valkuil van “wat-als-denken”

Wanneer het brein als angstmachine werkt, ontstaat vaak een patroon van zogenoemd wat-als-denken.

Bijvoorbeeld:

  • Wat als mensen denken dat ik incompetent ben?
  • Wat als ik iets verkeerd zeg?
  • Wat als anderen mij niet serieus nemen?

Dit soort gedachten lijken op probleemoplossen, maar dat zijn ze niet. Ze leiden namelijk zelden tot een concrete stap of oplossing. In plaats daarvan versterken ze onzekerheid en spanning.

Je brein blijft rondjes draaien zonder dat je verder komt.

De vraag die alles verandert

Een belangrijke stap is het omdraaien van de centrale vraag.

Van:
“Wat denken anderen van mij?”

Naar:
“Wat vind ik hier eigenlijk zelf van?”

Dat lijkt een kleine verschuiving, maar psychologisch is het een enorme verandering.

Je verschuift namelijk van een extern kompas (anderen bepalen jouw richting) naar een intern kompas (je eigen waarden en inzichten).

Je gereedschapskist weer gebruiken

Wanneer je je brein als gereedschapskist gebruikt, stel je andere vragen:

  • Wat gebeurt hier eigenlijk echt?
  • Wat vind ik hier zelf van?
  • Wat is een verstandige volgende stap?

Je gedachten worden dan weer een hulpmiddel in plaats van een bron van angst.

Waarom dit zo belangrijk is

In de klinisch neuropsychologische behandeling zien we vaak dat mensen met veel piekeren of sociale onzekerheid een sterk ontwikkelde “angstmachine” hebben. Hun denkvermogen is vaak juist groot – maar het wordt vooral gebruikt om mogelijke afwijzing te voorspellen.

De behandeling richt zich daarom niet op meer nadenken, maar op anders nadenken.

Het doel is dat iemand zijn cognitieve vaardigheden weer inzet waarvoor ze bedoeld zijn: begrijpen, afwegen en kiezen.

Tot slot

Je brein kan een angstmachine zijn.
Maar het kan ook een gereedschapskist zijn.

Het verschil zit in de vraag die je jezelf stelt.

Niet: Wat denken anderen van mij?
Maar: Wat vind ik hier zelf van – en wat wil ik hiermee doen?

Met vriendelijke groet,

Dr. Erik Matser, klinisch neuropsycholoog