Na duizenden neuropsychologische onderzoeken en gesprekken met mensen die worstelden met burn-out, angstklachten, somberheid en cognitieve problemen, begon mij één patroon steeds vaker op te vallen.

Op het eerste gezicht leken deze mensen weinig met elkaar gemeen te hebben. De diagnoses verschilden, de levensverhalen waren anders en ook de omstandigheden waarin zij vastliepen liepen sterk uiteen. Toch zag ik onder de oppervlakte steeds opnieuw hetzelfde mechanisme.

Niet perfectionisme als karaktereigenschap.

Maar perfectionisme als beschermingsmechanisme.

De klassieke visie op perfectionisme

Perfectionisme wordt vaak omschreven als het stellen van extreem hoge eisen aan jezelf, het moeilijk kunnen accepteren van fouten en het voortdurend streven naar een optimaal resultaat.

Dat is zonder twijfel een belangrijk onderdeel van het verhaal.

Maar naar mijn overtuiging is het niet de kern.

De vraag die mij al jaren bezighoudt is niet: Waarom wil iemand perfect zijn? De belangrijkere vraag is: Waarom is perfectie zo noodzakelijk geworden?

De verborgen functie van perfectionisme

In de spreekkamer zie ik perfectionisme zelden als een doel op zichzelf.

Veel vaker lijkt het een strategie om een diepere angst te beheersen.

De angst om tekort te schieten.

De angst om afgewezen te worden.

De angst dat anderen zullen ontdekken dat je niet goed genoeg bent.

Daarom geloof ik dat perfectionisme niet draait om perfectie, maar om veiligheid.

Wie voortdurend probeert alles foutloos te doen, probeert vaak niet bewondering te krijgen, maar afwijzing te voorkomen.

Het masker

Veel mensen ontwikkelen in de loop van hun leven een zorgvuldig opgebouwd beeld van zichzelf.

Ze zijn altijd voorbereid.

Altijd verantwoordelijk.

Altijd behulpzaam.

Altijd sterk.

Altijd degene die alles onder controle heeft.

Dat beeld wordt door de omgeving vaak gewaardeerd. Complimenten bevestigen dat deze manier van functioneren succesvol lijkt.

Maar achter dat masker schuilt vaak een andere werkelijkheid.

Twijfel.

Onzekerheid.

De voortdurende vraag:

“Wat zullen anderen van mij denken als ik niet aan hun verwachtingen voldoe?”

Vanaf dat moment kost het steeds meer energie om het zorgvuldig opgebouwde beeld in stand te houden.

De prijs van voortdurende zelfcontrole

Vanuit neuropsychologisch perspectief zie ik dat perfectionisme een groot beroep doet op onze executieve functies.

Mensen monitoren zichzelf voortdurend.

Ze controleren hun prestaties.

Ze analyseren gesprekken achteraf.

Ze proberen fouten te voorkomen.

Ze anticiperen op kritiek die misschien nooit zal komen.

Het brein staat als het ware permanent in de stand van zelfbewaking.

Dat kost energie.

Niet een paar dagen of weken, maar soms jarenlang.

Wanneer het systeem vastloopt

Burn-out ontstaat daarom naar mijn mening niet uitsluitend doordat iemand te hard werkt.

Veel mensen werken hard zonder op te branden.

De uitputting ontstaat vaak wanneer iemand jarenlang energie investeert in het onderhouden van een versie van zichzelf waarvan hij of zij denkt dat die noodzakelijk is om geaccepteerd te worden.

Het voortdurende verschil tussen wie iemand werkelijk is en wie hij denkt te moeten zijn, vraagt een enorme psychologische en cognitieve inspanning.

Juist daar zie ik een belangrijke onderhoudende factor van burn-out, angstklachten en somberheid.

Een andere manier van kijken

Misschien moeten we perfectionisme daarom minder zien als een persoonlijkheidstrek en meer als een overlevingsstrategie.

Niet als het probleem zelf, maar als een poging van het brein om controle te houden over onzekerheid.

Dat perspectief verandert ook de behandeling.

De vraag is dan niet langer:

“Hoe leer ik minder perfectionistisch te zijn?”

Maar:

“Waarom voelt het zo onveilig om mezelf te laten zien zonder mijn masker?”

Pas wanneer die vraag wordt onderzocht, ontstaat ruimte voor duurzame verandering.

Misschien is dat uiteindelijk de grootste paradox van perfectionisme.

Niet perfectie maakt mensen moe.

Het voortdurend verbergen van hun kwetsbaarheid doet dat wel.

  • Dr. Erik Matser
    Klinisch neuropsycholoog.